zaterdag 2 januari 2010

Bonne arrivée computermateriaal!

Het begin van het tweede trimester nadert en dat betekent dat we in blijde verwachting zijn van de computeropleiding voor leerkrachten van het middelbaar onderwijs die weldra van start zal gaan. Deze opleiding zal doorgaan in de gloednieuwe informaticaklas die gecreëerd werd op initiatief van de ‘Association des Professeurs pour une Jeunesse Eveillée dans la Kossi (APJEK)’. De APJEK is een vereniging van leerkrachten van het middelbaar onderwijs die zich engageert om onbezoldigd buitenschoolse, educatieve activiteiten te organiseren als complementaire vorming (naast het normale dagonderwijs) voor de leerlingen van het middelbaar onderwijs in Nouna en de provincie Kossi. Inderdaad, de APJEK heeft ambitieuze plannen en de inrichting van de informaticaklas is als dusdanig hun eerste project. Een dergelijk computerproject is spijtig genoeg nog altijd zeldzaam op het platteland in Burkina Faso. Een reden te meer om even het verhaal toe te lichten dat hierachter zit.

In de loop van vorig schooljaar vertelde een collega-leerkracht, Ousmane Nabaloum, me over zijn idee om in Nouna een computerklas op te starten en hij vroeg zich af of ik hem daarbij niet zou kunnen helpen. In al mijn nuchterheid houd ik de boot af. Ik ben ervan overtuigd dat Ousmane getroffen is door een vlaag van enthousiasme die wel snel weer zal overwaaien. Bovendien heb ik weinig zin om op een vrijblijvende manier een aantal computers bijeen te scharrelen. Als ik mij voor een dergelijk computerproject engageer, moet dit op een serieuze manier gebeuren. Dat veronderstelt echter de aanwezigheid van een vereniging die het project kan dragen, want ik ben mij al snel bewust van de omvang van een ‘serieus’ computerproject en van het feit dat ik dit onmogelijk alleen in de praktijk zal kunnen realiseren. Ondertussen blijft Ousmane maar aandringen en zie ik mij genoodzaakt om hem er diplomatisch, maar kordaat op te wijzen dat het zeer moeilijk is om fondsen voor een dergelijk informaticaproject los te krijgen zonder de aanwezigheid van een vereniging die borg staat voor het goede gebruik van de computers.

Ikzelf en Ousmane Nabaloum

Tot mijn grote verbazing steekt Ousmane met een aantal collega-leerkrachten de koppen bij elkaar en kondigt hij prompt de oprichting van een nieuwe vereniging van leerkrachten aan. Hij zet zich achter zijn schrijftafel om het statuut en het algemeen reglement van de vereniging neer te pennen. Deze kerel is blijkbaar toch gemotiveerder dan ik eerst dacht. Naarmate de dagen vorderen, begin ik er ernstiger over na te denken hoe ik aan behoorlijk computermateriaal kan geraken, want nogmaals, ik heb geen zin in een allegaartje van afgedankte museumstukken. Van een betrouwbare bron in Ouagadougou heb ik vernomen dat er aan de Vrije Universiteit van Brussel een vzw oude computers van bedrijven recycleert en terug op punt stelt voor derde wereld-projecten. De naam van deze vzw maakt onmiddellijk duidelijk dat het ook deze mensen menens is de armoedekloof te dichten, nl. ‘Close the Gap vzw’ (zie ook www.close-the-gap.org). Dit is dus een mogelijkheid, maar zeker geen zekerheid, want het project moet eerst goedgekeurd worden door de mensen van Close the Gap.


Inmiddels is Ousmane met een naam voor de vereniging op de proppen gekomen die de hoofddoelstelling duidelijk in het licht stelt: Association des Professeurs pour une Jeunesse Eveillée dans la Kossi (APJEK). Daar kan ik mij wel in vinden. Ik zeg mijn steun toe aan de leden van de APJEK en verklaar mijn bereidheid hen te ondersteunen in hun zoektocht naar computermateriaal. Ik benadruk evenwel het lange-termijn-karakter van de vereniging. De APJEK is niet geboren om snel goedkope winst te maken. De leden moeten blijk geven van vastberadenheid, geduld en doorzettingsvermogen om de ultieme doelstelling van de vereniging te bereiken, nl. het opwekken van de jeugd in de Kossi. Zelfs als mijn poging om computermateriaal te verkrijgen zou mislukken, mogen ze niet zomaar het kopje laten hangen. De resultaten moeten vooral beoordeeld worden na 5, 10 of 15 jaar noeste arbeid. De leerkrachten van de APJEK horen mijn woorden aan met gemengde gevoelens. Mogen we die blanke echt geloven of zal het weer maar eens bij mooie woorden blijven? Deze twijfel kan echter niet verhinderen dat het statuut en het intern reglement van de APJEK ter erkenning op het ‘Haut commissariat’ van de provincie wordt neergelegd. En dit met gunstig resultaat, want in de loop van de maand juni van 2009 word de APJEK onder het voorzitterschap van Ousmane Nabaloum officieel als vereniging erkend.

Nog voor de officiële erkenning een feit is, wordt de inrichting van de informaticaklas uitgetekend. Het project heet ‘Création d’une salle informatique dans la commune de Nouna’ en heeft verscheidene doelstellingen die passen binnen de geest van de APJEK. Het project beoogt:
1. leerkrachten en leerlingen uit het middelbaar onderwijs toegang te bieden tot moderne informatica;
2. vormingen in informatica te organiseren voor leerkrachten en leerlingen uit het middelbaar onderwijs;
3. de werkomstandigheden van leerkrachten en leerlingen te verbeteren en te moderniseren;
4. de drempelvrees van leerkrachten en leerlingen ten aanzien van het gebruik van moderne informaticamiddelen weg te nemen;
5. de kennis van informatica tot gemeengoed te maken ten voordele van de jeugd;
6. de jeugd op te wekken om haar lot in eigen handen te nemen.
Het project wil in een eerste fase leerlingen en leerkrachten door middel van vormingen vertrouwd maken met het gebruik van een computer door hen eenvoudige toepassingen aan te leren zoals het opstellen van een document via Word en Excel of het opzoeken van informatie in een encyclopedie op CD-ROM. In een tweede fase kan ook gedacht worden aan een internetaansluiting, op voorwaarde dat de nodige financiële onderbouw aanwezig is. Aangezien het ook bij de meerderheid van de leerkrachten aan kennis van het gebruik van moderne informaticamiddelen ontbreekt, zullen eerst de leerkrachten uitgenodigd worden voor een opleiding. Dit zal hen in staat stellen om de leerlingen te informeren over de inhoud van de opleiding. Later zullen dan de leerlingen zelf uitgenodigd worden. In de vrije uren zal de informaticaklas geopend zijn voor leerlingen en leerkrachten die op de computers willen werken dan wel oefenen. Op papier oogt dit computerproject in ieder geval mooi. De vraag is nu of ik mijn engagement zal kunnen waarmaken. Zal ik die computers vinden en wie gaat dat allemaal betalen?

Terug in België neem ik begin juli contact op met mijn sponsors om hen het initiatief van de APJEK voor te stellen. Tot mijn grote vreugde wordt het computerproject positief onthaald. Dit stemt mij hoopvol om een goed gestoffeerde aanvraag bij ‘Close the Gap vzw’ in te dienen. Het idee dat aan de basis ligt van deze vzw, is toch wel bijzonder en proficiat aan diegene die het initiatief heeft genomen om dit idee in de praktijk te realiseren. Computers die in onze consumptiemaatschappij niet meer meekunnen, worden letterlijk gerecycleerd voor plaatsen op onze wereldbol waar ze nog kunnen dienen. Bovendien wordt het voor computerleken zoals mezelf mogelijk om op een vrij goedkope manier aan heel wat recent en fatsoenlijk computermateriaal te geraken. Niet lang na mijn aanvraag zet ook Close the Gap het licht op groen en meteen valt er een grote last van mijn schouders. Hoera, hoera, ook deze horde blijkt genomen. Op naar de volgende.

In het begin van de maand december komt het computermateriaal via Noord-Zuid aan in Ouagadougou. Samen met Georges Kouda van de foyer Terre des Enfants ga ik het materiaal afhalen bij Michel Ratiau van Noord-Zuid. De 31 computers en twee printers blijken in goede staat, maar de verpakking is maar aan de magere kant. Dit stelt problemen voor het transport, want de weg naar Nouna (289 km) is niet geasfalteerd, zit vol putten en vormt voor elke chauffeur van breekbaar of delicaat materiaal een ware beproeving. Bovendien moet het Windows XP-besturingssysteem op elke computer binnen de maand geactiveerd worden, zo niet blokkeert de computer. Voor de activatering zijn er twee mogelijkheden: ofwel via het internet (gratis) ofwel telefonisch (betalend). De activering kan dus best in Ouagadougou gebeuren, want in Nouna is een internetverbinding niet gegarandeerd. Tot mijn grote opluchting stelt Georges zijn huis in Ouaga ter beschikking opdat ik de computers op mijn gemak kan controleren en activeren. Na vier dagen zweten en zwoegen zijn 30 computers klaar om naar Nouna te vertrekken. Bij één computer is de batterij om de computer op te starten volledig ontladen, wat betekent dat de batterij moet vervangen worden. Deze computer zal voorlopig in Ouaga blijven.

Op dinsdag 8 december 2009 staat Ousmane met een pick-up en chauffeur in Ouaga om het computermateriaal mee naar Nouna te nemen. Gelukkig heeft de chauffeur er een zicht op hoe het materiaal te verpakken zodat het zonder brokken in Nouna aankomt, want nogmaals, de weg naar Nouna zou wel eens de domper op onze feestvreugde kunnen worden. Hoewel ik eerst van plan ben met de pick-up mee terug naar Nouna te rijden, blijkt al snel dat dit niet mogelijk zal zijn. De laadbak zit afgeladen vol. Er zit niets anders op dan de pick-up te laten vertrekken en te hopen dat de reis voorspoedig zal verlopen. Ik zal de volgende dag met de bus naar Nouna terugkeren. Bij aankomst in Nouna wordt het computermateriaal opgeslagen in een laboratorium van het provinciaal atheneum dat bij gebrek aan uitrusting niet gebruikt wordt. Ousmane heeft van de directie de toestemming gekregen om dit laboratorium voor de computeropleiding te gebruiken en als dusdanig voor een tijdelijke periode van vijf maanden als computerklas in te richten. Bij nader inzien blijkt deze zaal inderdaad zeer geschikt als informaticaklas. De geruite ramen en het vals plafond zorgen voor een aangename ‘koele’ temperatuur in de zaal en beschermen de computers tegen het stof.

De computerklas van binnen


Het computermateriaal van Close the Gap


Flatscreens van Close the Gap


De interne batterij van enkele computers dient heropgeladen te worden.


De stoelen zijn geproduceerd in het lasatelier.

Ondertussen wordt ook Innocent met zijn leerjongens in het lasatelier aan het werk gezet voor de productie van 40 stoelen en 35 tafels, want het goede nieuws is dat de sponsor niet alleen de aankoop van de computers en het transport voor zijn rekening heeft genomen, maar ook de middelen ter beschikking stelt voor het meubilair van de computerklas. Wat een bof!

In het lasatelier last Amadou het kader van de tafels in elkaar.


Boureima slijpt het kader van de tafels bij.


Boureima bij het schilderen van het kader van een tafel


Ziedaar een tafel!

Naarmate 2009 op haar einde loopt, draait de voorbereiding voor de computeropleiding op volle toeren. De APJEK kan voor haar vorming beschikken over een aangepaste zaal, het computermateriaal is aanwezig, het meubilair wordt in orde gebracht, de lesgever is gecontacteerd en al de leerkrachten van het middelbaar onderwijs in Nouna zijn op de hoogte gebracht. Nu is het alleen nog wachten op de start van de opleiding zelf in het begin van januari 2010. Concreet gaat het om een vorming van vijf maanden voor twee groepen van 15 leerkrachten van het middelbaar onderwijs. De vorming wordt georganiseerd als avondcursus waarbij elke groep in totaal vier uur les per week krijgt (2 x 2 lesuren per week). Het lessenpakket bevat Word, Excel en Powerpoint. In ieder geval een eerste belangrijke stap in onze poging om de kennis van informatica tot gemeengoed te maken ten voordele van de jeugd.

zondag 22 november 2009

Verdeling van schoolmateriaal

Na een half jaar van stilte, eindelijk nog eens nieuws uit Nouna! Niet dat ik hier met mijn duimen zit te draaien, maar de sluiting van het (enige) internetcafé in Nouna maakt een vlotte en regelmatige communicatie met Antwerpen en omstreken ineens heel wat moeilijker. Ondertussen behelp ik mij met een draadloze internetverbinding die het al eens twee weken durft laten afweten zonder enige verklaring. En dat werkt niet echt motiverend om een blog up-to-date te houden…

Nochtans staat er dit jaar weer heel wat op het programma. Zo heb ik de taak op mij genomen om voor de vader van een Duitse vriendin, Carolin Puhl, het peterschap van drie leerlingen uit het dorp Bisso concreet in de praktijk te brengen. Deze leerlingen hebben vorig jaar op de lagere school van Bisso hun diploma van lager onderwijs behaald en gaan dit jaar naar de ‘grote’ school. De Duitser Thomas Puhl wil vier jaar lang de middelbare studies van deze jongeren betalen (in principe tot ze het diploma van de eerste cyclus van middelbaar onderwijs hebben behaald) en ik ben diegene die op het terrein de centen zal beheren. Verder volg ik de AIDS-projecten op die zijn dochter Carolin eind vorig jaar in Nouna op poten heeft gezet en waarvoor onlangs al geld is gearriveerd. Deze middelen zullen gebruikt worden om mensen met het HIV-virus die in het ziekenhuis van Nouna een behandeling volgen, te voorzien van 1) voeding, 2) kleding en 3) geneesmiddelen. Deze projecten worden uitgevoerd door Benkadi en Kanu ,twee lokale verenigingen die zich in de strijd tegen AIDS hebben geworpen.

Een voedselpakket van Benkadi bevat o.a. rijst, maïs, gierst, olie, suiker en zout.

Het hoofdproject van dit schooljaar is natuurlijk de informaticaklas voor het middelbaar onderwijs die we begin januari 2010 van start willen laten gaan. De doelstelling op lange termijn is om leerkrachten en leerlingen van het middelbaar onderwijs uit Nouna op een systematische manier met het gebruik van een computer te laten kennismaken. De computers voor dit project die ik via de vzw Close the Gap (zie www.close-the-gap.be) heb verkregen, zijn onderweg naar Nouna en ondertussen zijn we bezig de zaal in orde te brengen in afwachting dat de computers arriveren. Daarnaast heb ik dit jaar ook een heel persoonlijk project. Ik wil namelijk de techniek van voetreflexologie onder de knie krijgen en ben daarom gestart met Afrikaanse voeten te masseren. In het begin is het een beetje wennen, maar mijn handen worden snel sterker en voorlopig vind ik voldoende voeten om mijn handen te trainen. Tenslotte geef ik nog altijd 8 uur wiskunde per week op mijn technische school, het Centre de Formation Professionnelle te Nouna.
Over al deze mooie zaken zullen jullie in de loop van de komende maanden meer vernemen.


In dit eerste bericht echter wil ik verslag uitbrengen over de verdeling van het schoolmateriaal dat mij is toegezonden door een enthousiaste supporter uit Westmalle. Samson Lal heeft mij twee paletten met papierwaren toegestuurd en al dit materiaal is goed in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso, aangekomen. Daar heeft een vriend van me, Georges Kouda, het schoolmateriaal opgehaald en het thuis bij hem opgeslagen. Georges is de verantwoordelijke van een foyer ‘Terre des Enfants’ in Nouna waarover jullie in vorige berichten al het een en het ander konden lezen. Zo heeft de vzw Afrant al de middelen gegeven om een grote polyvalente zaal van de foyer af te werken. In deze foyer verblijven een 50-tal leerlingen die naar het secundair onderwijs gaan. Georges heeft reeds de helft van het materiaal in zijn 4x4-terreinwagen (gratis) mee naar Nouna gebracht. De rest staat nog in Ouagadougou, maar elke keer dat hij naar Nouna komt, brengt hij een deel mee. We doen dit op deze manier, omdat ik geen geld heb om het transport te betalen en het schoolmateriaal ook niet op een dergelijke manier verpakt is om het met een vrachtwagen naar Nouna te vervoeren. Jullie kunnen echter op jullie twee oren slapen, al het materiaal zal in de loop van het schooljaar in Nouna arriveren!

De eerste helft van het schoolmateriaal in Nouna

Van het materiaal dat al in Nouna is aangekomen, heb ik het grootste deel aan drie middelbare scholen verdeeld: 1) het Collège Communal de Nouna; 2) het Collège d’Enseignement Général de Bourasso en 3) het Centre de Formation Professionnelle (CFP) de Nouna. Zoals gezegd, het CFP is de technische school waar ik zelf wiskunde geef. Ik verkies het schoolmateriaal te geven aan scholen van het middelbaar onderwijs in plaats van het lager onderwijs, omdat alle leerlingen van het lager onderwijs door een bepaald hulpprogramma via de regering van schriften en uitrusting voorzien worden. Bovendien heb ik aan een aantal individuele leerlingen waarvan de ouders geen geld hebben om (voldoende) schriften te betalen, nog een aantal schriften gegeven.

Hoe is de verdeling van het schoolmateriaal tot nu toe concreet verlopen?
Op vrijdag 30 oktober 2009 heb ik het Collège Communal de Nouna bezocht. Dit is een gemeentelijke middelbare school in Nouna die dit jaar haar deuren heeft geopend. Voorlopig heeft deze school dus nog maar één klas, nl. een eerste middelbaar met 105 leerlingen. In aanwezigheid van de voorzitter van oudercomité en de ‘proviseur’ van het lycée provincial (d.i. de baas van het middelbare staatsonderwijs in de provincie Kossi) heb ik 17 pakketten van 20 farden met 24 dubbele bladen aan deze school overgedragen, dus in totaal 340 (= 17 x 20) farden voor 105 leerlingen, 7 leerkrachten en 1 surveillant. Dit betekent dat elke leerling, leerkracht en surveillant 3 farden met 24 dubbele bladen, ontvangt. Bij het schoolmateriaal zit effectief een grote lading losse dubbele bladen, dus geen echte schriften, maar dat is niet erg, want de leerlingen kunnen deze gebruiken voor hun overhoringen. De bladen voor hun overhoringen trekken ze anders toch uit hun schriften. Op die manier blijven hun schriften een beetje ‘in vorm’.

Symbolische overhandiging van het materiaal door mezelf aan de proviseur (rechts) met links de voorzitter van het oudercomité.


Het materiaal op de voorgrond, daarachter de voorzitter van het oudercomité (links), mezelf in het midden en de proviseur (rechts) en op de achtergrond de leerlingen van het eerste middelbaar.

Op vrijdag 06 november 2009 heb ik het Collège d’Enseignement Général de Bourasso bezocht. Dit is een middelbare school van de staat in Bourasso, een groot dorp op de grote weg van Dédougou naar Nouna. Deze school is twee jaar geleden van start gegaan en er zijn op dit moment drie klassen, nl. een eerste middelbaar met 111 leerlingen, een tweede middelbaar met 62 leerlingen en een derde middelbaar met 18 leerlingen. Normaal gezien moest de bouw van de school af zijn op 31 maart 2009, maar door bepaalde wanpraktijken is de school nog altijd niet af, met als gevolg dat de lessen worden gegeven in twee zalen + een hangar in het dorp. Op deze school zitten de drie leerlingen waarvan de middelbare studies door de Duitser Thomas Puhl (via mijn tussenkomst ter plaatse) worden betaald. Het is naar aanleiding van dit ‘peterschap’ dat ik samen met de ouders van de drie leerlingen deze school heb bezocht. Ik kon natuurlijk niet met lege handen komen en daarom heb ik dan ook voor de leerlingen11 pakketten van 12 kleine schriften en 20 pakketten van 25 farden met 12 dubbele bladen meegenomen, en voor de leerkrachten een pakket met 10 A4-cursusblokken.

Oorspronkelijk waren deze 132 kleine schriften en 500 farden bedoeld voor 111 leerlingen (men had mij gezegd dat er 111 leerlingen op deze school zaten) zodat elke leerling minstens 1 klein schrift en 4 farden met 12 dubbele bladen zou ontvangen. Eenmaal bij de school aangekomen, vertelde de directeur me echter dat de school in totaal 191 leerlingen telt. Ik heb dan ook de wens uitgedrukt dat elke leerling van het eerste middelbaar een klein schrift zou ontvangen. Wat de 500 farden met dubbele bladen betreft, veronderstel ik dat elke leerling er twee heeft gekregen, maar van de exacte verdeling ben ik niet op de hoogte. In ieder geval is het materiaal overgedragen in aanwezigheid van de directeur en de voorzitter van de oudervereniging.

symbolische overhandiging van het materiaal met links de voorzitter van de oudervereniging, in het midden de directeur van het college en rechts mezelf. De jongen (Diyizoun Dembele) en het meisje (Tatiana Coulibaly) zijn twee van de drie leerlingen waarvan de studies door de Duitser Thomas Puhl worden betaald.

In Bourasso ben ik hartelijk door de directeur ontvangen, maar het is altijd weer treurig om vast te stellen dat een bouwwerf van de staat door bepaalde wanpraktijken niet of niet tijdig af geraakt. Ondertussen moeten leerkrachten en leerlingen zich in het dorp behelpen en zitten ze opeengepakt als sardienen in een blik. Hierbij is de middelbare school van Bourasso zeker geen uitzondering. Er wordt in Burkina Faso voor miljoenen euro’s aan ontwikkelingsgeld in onderwijs geïnvesteerd. Dat oogt dus mooi op papier, maar ik nodig iedereen uit om de situatie op het terrein te leren kennen. De oorzaak van dit probleem is niet altijd even duidelijk: sommigen zeggen dat maffiose aannemers uit Ouagadougou het geld voor andere (persoonlijk) doeleinden gebruiken, anderen zeggen dat ook de administratie vaak weigert om tijdig de aannemer te betalen. Resultaat van dit alles is een halfafgewerkte bouwwerf. De realiteit oogt dus heel wat minder fraai.

Onafgewerkt college van Bourasso


Voorlopige klaslokalen voor het tweede en derde middelbaar in Bourasso


Het derde middelbaar krijgt les in de 'blauwe hangar'.

Op vrijdag 13 november 2009 heb ik de resterende pakketten met dubbele bladen aan de 347 leerlingen van mijn eigen school, het Centre de Formation Professionnelle de Nouna, uitgedeeld, dwz 46 pakketten van 20 farden met 24 dubbele bladen (+ 18 losse farden) en 10 pakketten van 25 farden met 12 dubbele bladen. De verdeling van deze 56 pakketten is op een dergelijke manier gebeurd dat elke leerling in totaal 72 losse bladen heeft ontvangen (hetzij 3 farden met 24 dubbele bladen, hetzij 2 farden met 24 dubbele bladen en 2 farden met 12 dubbele bladen) en in aanwezigheid van de ‘directeur des études’ TRAORE Alain en de voorzitter van de oudervereniging KI Paul. Als je een dergelijke actie onderneemt, mag je natuurlijk ook het onderwijzend en administratief personeel niet vergeten. Aan elk van de 28 leden van het personeel heb ik dan ook 3 A4-cursusblokken gegeven, wat een totaal maakt van 3 x 28 = 84 cursusblokken. Tenslotte telt het CFP nog 23 leerlingen in avondschool. Zij hebben ook elk één schrift A4-formaat gekregen.

De verdeling van de dubbele bladen wordt in de school aangekondigd.


De leerlingen van het 6e middelbaar elektronica met Traoré Alain (tweede van rechts) en Ki Paul (derde van rechts)


Directeur des études, Alain Traoré, overhandigt 3 farden dubbele bladen aan Mohamed Houin, leerling van het tweede middelbaar elektronica.


Ki Paul, de voorzitter van de oudervereniging, spreekt de leerlingen van het tweede middelbaar elektronica toe.


De leerlingen van het eerste middelbaar staan mooi in de rij om hun dubbele bladen in ontvangst te nemen.

Naast deze drie scholen hebben ook een aantal individuele leerlingen van het middelbaar onderwijs in Nouna in het begin van het schooljaar een aantal schriften mogen ontvangen. Het is zeker geen abnormaal fenomeen dat leerlingen van het middelbaar onderwijs bij het begin van het schooljaar niet over de nodige of over te weinig schriften beschikken. De ouders hebben vaak al moeite om het schoolgeld te betalen, dus voor een goede uitrusting blijft er niet veel over.

Tenslotte heb ik vastgesteld dat er bij het eerste deel van het schoolmateriaal ook een aantal tekenschriftjes zitten en specifieke schriftjes om mooi tussen de lijntjes te leren schrijven. Dit zijn zaken die ik niet aan leerlingen van het middelbaar kan geven en ik heb de schriftjes dan ook meegenomen op vrijdag 20 november 2009 toen ik de Ecole primaire de Bisso heb bezocht in het kader van het peterschap van Thomas Puhl. Het is altijd weer grappig om kinderen uit de brousse te ontmoeten waarvan de gezichtjes helemaal onder het stof zitten. Voor de allerkleinsten is een eerste confrontatie met een blanke echter niet altijd een fijne ervaring en menige traantjes durven wel eens vloeien.
Op één leerling maakte het verschil in huidskleur wel een heel bijzondere indruk. Op de vraag van de directeur hoe ik eruitzag, antwoordde hij dat ik er ‘proper’ uitzag.

De dreumesen van het eeste leerjaar in de lagere school van Bisso

De lagere school van Bisso heeft dit schooljaar een eerste leerjaar met 54 leerlingen, een derde leerjaar met 50 leerlingen, een vijfde leerjaar met 35 leerlingen en een zesde leerjaar met 14 leerlingen + vier leerkrachten waarvan er binnenkort eentje met zwangerschapsverlof gaat. De 104 leerlingen uit de twee laagste klassen hebben elk een teken- en een schoonschriftje gekregen. Het gaf in ieder geval een heel kleurrijk zicht toen ze hun schriftjes in de lucht staken. Voor elk van de 49 leerlingen uit de twee hoogste klassen had ik een gewoon klein schrift bij. In de veronderstelling dat er drie onderwijzers waren, had ik zes A4-cursusblokken meegenomen, maar ze waren er alle vier toch blij mee. Vervolgens was de voorzitter van de oudervereniging zo tevreden dat hij mij op het einde twee mooie hanen cadeau heeft gedaan. Wat tenslotte nog de moeite waard is om te vermelden, is dat een Belgische vereniging, de vzw Vrienden van Burkina Faso, een boring van 55m diep voor de waterpomp van de school heeft gefinancierd.

De leerlingen van het derde leerjaar steken hun teken- en schoonschriftjes in de lucht.


De waterpomp van de lagere school van Bisso, gefinancierd door de Belgische vzw 'Vrienden van Burkina Faso'


Ik ontvang twee hanen van de voorzitter van de oudervereniging.

Met het bezoek aan deze vier scholen is het eerste deel van het schoolmateriaal zo goed als uitgedeeld. Er resten nog een aantal teken- en schoonschriftjes die bestemd zijn voor de kinderen van de lagere school van Kamiankoro. Binnenkort gaan we de renovatiewerken die in de loop van het vorige schooljaar aan deze school zijn uitgevoerd, inspecteren. In het algemeen kan gezegd worden dat zowel leerlingen als leerkrachten blij en verrast waren met deze onverwachte attentie. Het is zeker zo dat een aantal leerlingen van een schrift meer of minder niet wakker ligt, maar zoals ik de situatie hier ken, kan het merendeel van de leerlingen deze gift wel degelijk goed gebruiken. Vandaar een dikke proficiat en merci aan Samson in naam van al de leerlingen en leerkrachten die iets mochten ontvangen.

zaterdag 28 maart 2009

14/03/09: AIDS-voorlichtingssessie in Bankoumani

De AIDS-voorlichtingstournee zit erop en om jullie een idee te geven van wat een voorlichtingssessie juist inhield, toon ik nog een aantal foto’s van onze voorstelling in Bankoumani. In Bankoumani hebben we ongetwijfeld onze beste prestatie geleverd, zowel wat de voorstelling van het theaterstuk als de interactie met het publiek betreft. Bovendien hebben we op een zeer pittoreske plaats gespeeld, nl. het iets te krappe marktplein in het midden van het dorp. Meteen maak ik ook van de gelegenheid gebruik om het verhaal van het theaterstuk aan de hand van foto’s toe te lichten.

AIDS-voorlichtingssessie in Bankoumani (Kossi) op zaterdag 14 maart 2009
• De dansen en het theaterstuk worden uitgevoerd door de Troupe Lanaya uit het dorp Goni;
• De sessie wordt begeleid en geanimeerd door Moussa Sangaré. Onder zijn leiding vindt de interactie met het publiek plaats na het theaterstuk;
• De geluidsversterking wordt verzorgd door radio Kantigiya;
• Raadgeving op het vlak van AIDS-voorlichting door de Association Trait d’Union des Jeunes Burkinabè.

15u30 – 16u00: de plaats van de voorstelling, het marktplein in het midden van het dorp, wordt in orde gebracht.


De voorstellingsplaats: het marktplein in het centrum van Bankoumani




Het terrein wordt op onorthodoxe mnanier afgebakend.


Een paal en een boom maken deel uit van het speelterrein.


Inderdaad, het is een beetje krap.


De dansers maken zich klaar in de coulissen.


De sfeer zit er goed in.


Ook bij de meisjes...

16u00 – 16u25: start van de AIDS-voorlichtingssessie
Eerst wordt er 25 minuten gedanst met de bedoeling het publiek aan te trekken. In dit geval is het publiek natuurlijk al aanwezig.


Moussa Sangaré geeft het startschot voor de AIDS-voorlichtingssessie.


De meisjes staan klaar en hop, we zijn vertrokken...


De meisjes nemen hun positie in, Aruna, de djembé-speler, wandelt tussen hen door.


De mannen doen hun intrede.


Als een wervelwind komen de mannen voorbij.


De mannen nemen hun positie in tussen de meisjes.


Het publiek kan het wel appreciëren.


De grillots spelen dat het een lieve lust is.

16u25 – 17u20: start van het theaterstuk
Nadat eerst de Troupe Lanaya wordt voorgesteld, gaat het theaterstuk van start. Het stuk heet ‘Yerekorosi’ ofwel ‘de voorzichtigheid’, bevat zes scènes en duurt ongeveer 45 minuten.


De troupe Lanaya wordt voorgesteld onder leiding van hun verantwoordelijke Arsène.

Alles is begonnen met de aankomst van een medisch team in een dorp ergens in Afrika

scène 1: De dorpsomroeper, genaamd ‘Djéliba’, kondigt het nieuws aan dat de chef van het dorp hem heeft opgedragen. Aldus informeert Djéliba alle bewoners dat verplegers hen zullen komen bezoeken om met hen van gedachten te wisselen over de ziekte AIDS. Tijdens dit bezoek zullen de bewoners de kans krijgen om vrijwillig een AIDS-test te ondergaan.


Djéliba roept in het dorp het bericht om dat een medisch team opkomst is.

scène 2: Na de aankondiging van dit bericht ontmoeten de twee vrienden Sam en Souleymane elkaar ergens op straat en uiten hun ongenoegen over het bericht dat de dorpsomroeper heeft aangekondigd. Ze weigeren om deel te nemen aan de AIDS-test. Eén van hun vrienden, Adama, mengt zich in het gesprek en probeert hen te overhalen om op zijn minst toch naar de ontmoeting met het medisch team te komen. Sam en Souleymane volharden echter in hun weigering. Meer nog, ze vatten het plan op de oproep tot de dorpsbewoners om naar de ontmoeting te komen, te saboteren.


Sam en Souleymane uiten hun ongenoegen over de komst van het medische team.


Adama probeert hen echter te overhalen om toch naar de bijeenkomst te komen.

scène 3: (in het gezin van Zoumba): Biba, de dochter van Zoumba, schreeuwt het uit van de buikpijn, omwille van het feit dat ze sinds twee dagen niets meer gegeten heeft. De zus van Biba probeert haar te helpen en iets te vinden om te eten, maar faalt. Vervolgens arriveert hun moeder Orokia en probeert op haar beurt eten voor haar kinderen te vinden. Op dat moment komt haar echtgenoot Zoumba thuis. Hij beklaagt zich over de chaos bij zijn thuiskomst en brult zijn kinderen het huis uit. Hoewel Zoumba aan zijn vrouw opdraagt om het bed klaar te maken opdat ze een potje kunnen vrijen, weigert Orokia die aan haar man uitlegt dat de kinderen sinds twee dagen niets meer gegeten hebben. Zoumba wil er echter niet van weten. Orokia vraagt de toestemming om een AIDS-test te ondergaan, maar Zoumba verzet zich. Zijn vrouw geeft echter niet op en dringt verder aan…


De zus van Biba (links) probeert eten te vinden voor de ongelukkige Biba (rechts).


Bij zijn thuiskomst beklaagt Zoumba zich over de chaos op zijn erf.


Zoumba en zijn echtgenote Orokia

scène 4: de beruchte cabaret-scène. Het ‘cabaret’ kan in de Burkinese dorpscontext beschouwd worden als het dorpscafé waar de typische ‘dolo’ (het lokale bier gebrouwen op basis van gierst) wordt geserveerd. Als dusdanig is het cabaret de ideale plaats voor de uitwisseling van nieuwtjes, maar ook voor de confrontatie van meningsverschillen…

(in het cabaret van Tènè): Erg gehaast maakt Tènè die eigenlijk al te laat is, zich op om klanten in haar cabaret te ontvangen. Jean, eerste raadslid van het dorp, arriveert als eerste klant. Terwijl Jean met smaak de dolo proeft, ontstaat tussen hem en Tènè een gesprek over koetjes en kalfjes. Niet veel later komen ook Sam en Souleymane een dolo-pint in het cabaret pakken en natuurlijk ontstaat er een discussie wat betreft het bezoek van het medisch team aan het dorp en de vrijwillige AIDS-test. Ook Tènè laat in deze discussie van zich horen. Als tenslotte ook Djéliba zich bij het gezelschap voegt, worden Sam en Souleymane door Jean, Tènè en Djéliba uit het cabaret gejaagd. Wanneer vervolgens ook Jean naar huis is gegaan, probeert Djéliba Tènè nog te versieren, maar Tènè maakt hem duidelijk dat hij kan ophoepelen…


Jean en Tènè in het cabaret


Tènè spreekt Sam en Souleymane op vermanende toon toe.


Discussie in het cabaret tussen Djéliba, Jean, Tènè, Sam en Souleymane


Sam en Souleymane zijn net het cabaret uitgejaagd.

scène 5: Ergens langs de kant van de weg scheppen Wango en Ousmane op over hun avontuurtje van de vorige nacht. Ousmane die niets meer van de wereld heeft gezien dan twee dorpen verder, maakt aan Wango duidelijk dat hij niets moet hebben van het gebruik van voorbehoedsmiddelen. Wango echter, een kenner van de wereld die zelfs een tijdje in Abijan, de hoofdstad van Ivoorkust, heeft doorgebracht, wijst Ousmane erop dat er tegenwoordig veel seksueel overdraagbare aandoeningen zijn, waaronder voornamelijk het HIV-virus en de ziekte AIDS. Hij overtuigt Ousmane door hem een demonstratie te geven van het gebruik van de condoom…


Ousmane en Wango over hun avontuurtje van de vorige nacht


Wango geeft aan Ousmane een demonstratie van het gebruik van de condoom.

scène 6: (in het gezin van Zoumba): Tènè, de uitbaatster van het cabaret, bezoekt haar vriendin Orokia, de vrouw van Zoumba. Vervolgens keert Zoumba terug van een trip door de brousse met een zak vol bladeren, wortels en boomschors. Zoumba is woedend over het nieuws dat hij in het dorp vernomen heeft, nl. dat zijn vrouw seropositief is. Wat hem betreft, kan zij meteen haar koffers pakken. Jean, eerste raadslid van het dorp, komt aan bij het gezin en probeert Zoumba te bedaren. Zoumba weigert echter en eist dat Jean zijn erf verlaat. De kinderen wenen. Paniek in de familie… EINDE


Zoumba beklaagt zich over het feit dat Orokia seropositief is.


Jean probeert de gemoederen in het gezin te bedaren.

Op het moment dat Zoumba roept dat Jean zijn erf moet verlaten, wordt de scène bevroren. Iedereen op de scène behoudt dezelfde positie, de muziek begint te spelen en de overige acteurs komen al dansend vanuit de coulissen de scène op en dansen tussen de bevroren acteurs door. De bevroren positie wordt opgeheven en alle acteurs zijn aan het dansen.


De eindpositie wordt bevroren en de overige acteurs komen al dansend de scène op.

17u20 – 18u00: interactie met het publiek onder leiding van Moussa Sangaré
In eerste instantie bevraagt Moussa het publiek over de verschillende rollen die gespeeld werden. Alle acteurs die een rol hebben gespeeld met een juiste mening over HIV, worden in een groep links gezet. De acteurs echter die een rol hebben gespeeld met een foute mening over HIV, worden in een groep rechts gezet. Vervolgens worden de mensen uit het publiek uitgenodigd hun mening te geven over de verschillende rollen. Hierbij wordt een man uit het publiek zelfs verkleed als Orokia, de vrouw van Zoumba, om Zoumba op zijn beurt raad te geven.


Moussa bespreekt de verschillende rollen (hier de rol van Wango).


Een man uit het publiek (links) geeft zijn mening over de rol van Ousmane.


Zoumba krijgt raad van een man uit het publiek verkleed als zijn vrouw Orokia.

18u00: einde van de AIDS-voorlichtingssessie