woensdag 28 november 2007

Week 19/11/07 – 25/11/07

Woensdagavond ben ik met mijn drumcursus begonnen. Het drumstel dat abbé Pierre in Frankrijk heeft aangekocht, hebben we naar mijn woning verhuisd. Nu kan ik dus rustig thuis aan mijn leerlingen lesgeven. Ik ben alleen benieuwd of de buren niet snel zullen gaan klagen, want doordat er geen vensters in de ramen zitten, is er hier van isolatie natuurlijk geen sprake. Abbé Pierre heeft graag dat ik leerlingen van het eerste en tweede middelbaar leer drummen zodat zij nog enige jaren in het orkest kunnen spelen dat hij van plan is op te richten. Tot nu toe was er echter vooral belangstelling van leerlingen uit de hogere jaren. Uiteindelijk heb ik besloten aan zes leerlingen les te geven. De leerlingen krijgen individueel les en de cursus bestaat enerzijds uit theorie, nl. het leren lezen van het ritme en anderzijds praktijk, nl. het leren drummen zelf.

Woensdagavond ben ik begonnen met Laurentin en René, twee kerels uit de hogere jaren. Laurentin zit in het laatste jaar op het CFP en René in het laatste jaar op het provinciaal lyceum. Het zijn twee gasten die nogal bedreven zijn op een djembé te trommelen zonder evenwel een noot te kunnen lezen. Ik ben benieuwd om te zien in hoeverre het Afrikaanse gevoel voor ritme en onze westerse opvatting van ritme met elkaar verenigbaar zijn. Vrijdagavond heb ik dan nog aan Bona lesgegeven, een vriend uit het koor. De overige drie plaatsen zijn nog niet bezet, maar heb ik gereserveerd voor leerlingen uit de lagere jaren. Abbé Servaes die muziekles geeft op het college Charles Lwanga, is er op dit moment naar op zoek. Hij kijkt welke jongens (en meisjes) in zijn klas gevoel voor ritme hebben én zin om te leren drummen. Ik vrees dat het echter tot na de kerstvakantie zal duren vooraleer deze kandidaten zijn gevonden.

De kruiwagen wordt volgeschept

Zaterdagvoormiddag hebben leerlingen van de richting ‘metsen’ van het CFP verder gewerkt aan de muur die men aan het zetten is tussen mijn woning en die van Auréliens. Dat leverde volgende beelden op…

De geul voor de fundamenten van de muur

Sinds een aantal weken trek ik elke zondagvoormiddag met mijn schaakborden naar het internaat van het CFP. Daar probeer ik de internen tot het schaakspel te verleiden. Doordat het schaakspel hier nagenoeg onbekend is, is het op dit moment nog te vroeg om een echte schaakcursus te organiseren. Ik verkies het om de geïnteresseerden gewoon te laten spelen, na kort de spelregels te hebben uitgelegd, en hen bij te sturen, wanneer ze vragen hebben. Evenwel hoop ik na een aantal weken toch met een echte cursus te kunnen beginnen voor diegenen die blijvend geïnteresseerd zijn en hun niveau willen verbeteren.

Wat is er meer nodig dan een rustig plekje in de schaduw om een partijtje schaak te spelen?


Bruno, Mamadou en Dawda buigen zich over het schaakspel


Frédérique ziet zijn koning in een penibele situatie


Basile aast op de dame van zijn tegenstander...


...maar Fahissa laat dit niet zo maar gebeuren.

dinsdag 20 november 2007

Week 12/11/07 – 19/11/07


Leraars in een kring

Woensdag was het de naamdag van Sidoine en ’s avonds heeft Sidoine een aantal collega’s van het CFP uitgenodigd om bij hem een pint te komen pakken. Er is slechts één gespreksonderwerp van de avond: de staking van de leerlingen in de opleiding BEP Eléctrique op het CFP, een tweejarige opleiding (komt bij ons overeen met een vijfde en zesde middelbaar) om een Brevet d’Etude Professionnelle te behalen. Vorig jaar heeft de directeur van het CFP inderhaast deze opleiding in het leven geroepen tegen het advies van alle leraren in.

Simon en Salif

Sidoine geeft les in de richting BEP en heeft enerzijds moeten vaststellen dat de kennis van de leerlingen die nu in het tweede jaar van de opleiding zitten, ver ondermaats is en dat anderzijds het CFP niet over de middelen en het materiaal beschikt om deze opleiding te organiseren. Men vraagt zich af wat de directeur bezield heeft, maar vast staat dat aan de opleiding een serieus prijskaartje vasthangt, zo’n 150 000 CFA of 225 € per jaar per leerling.

Sidoine, Honoré en Fredo

Op dit moment ontbreken er in het tweede jaar, het jaar waarin de examens voor het Brevet dienen afgelegd te worden, nog vier leerkrachten. De leerlingen nemen dit niet en hebben besloten twee dagen in staking te gaan. Tegelijk hebben ze ermee gedreigd heel de school in staking te doen gaan, maar of het zo ver zal komen is nog de vraag. De directeur die tegelijk ook directeur van het klein seminarie is, wordt beschouwd als een autoritair man waarmee het moeilijk samenwerken is. Zijn capaciteit om een school te leiden, wordt echter sterk door zijn leraars in twijfel getrokken. Een van de dagen volgt een vergadering tussen de directeur, de oudervereniging en de leerlingen. Laat ons hopen dat deze crisis via onderling overleg kan opgelost worden.

Agé en Etienne

Donderdag heb ik heel de dag in een cybercafé in Dedougou doorgebracht om mijn blog in orde te brengen. Het internetcafé in Nouna ligt nu al zowat twee maanden plat en ik wil de internetverbinding van Ocades in Nouna ook niet te veel gebruiken. Anders zou zich dat wel eens tegen mij kunnen keren. Ik wil alleszins vermijden dat de medewerkers van Ocades gaan morren. Op weg naar Dedougou ben ik nog even bij de lagere school van Biron gestopt om de directeur een goeiedag te zeggen. De internetverbinding in het cybercafé is nog trager dan die van Ocades, maar in Dedougou valt de stroom tenminste niet uit.

De baksteenspecie wordt in de mal geschept.

Zaterdagvoormiddag hebben mijn leerlingen van het eerste en tweede jaar metsen praktijkles en ik besluit hen wat te gaan aanmoedigen…

De mal wordt weggenomen.


De ijzers voor het beton worden geplooid.


De baksteenmengeling wordt klaargemaakt.


Bakstenen fabriceren, ook vrouwenwerk!


Ja, daar komt ie...


maar helaas!


Het terrein wordt klaargemaakt.


Dit zijn geen doetjes!

donderdag 15 november 2007

09-11-07: Bezoek aan lagere school Biron

Afrant ondersteunt het lager onderwijs in de broussedorpen van het bisdom Nouna met het opzetten van een degelijke infrastructuur, dwz dat de bouwvallige hutjes die moeten doorgaan voor klaslokaal, worden vervangen door een stevig schoolgebouw, of dat het bestaande schoolgebouw wordt uitgebreid met een aantal klaslokalen wanneer het aantal leerlingen per klas te groot wordt. Dit volstaat echter niet altijd. Ook het onderwijzend personeel dient behoorlijk gehuisvest te worden. Onderwijzers zijn zelden van het dorp zelf en worden door de staat aan een school toegewezen. Vaak stelt zich het probleem waar deze leerkrachten moeten verblijven. De dorpen zijn hier niet op voorzien. Afrant financiert ook de bouw van woningen voor onderwijzers om op die manier de werkomstandigheden van deze mensen te verbeteren, en een betere kwaliteit van het onderwijs te garanderen.

De voormalige schoolhut van Paranzo

Het is met dit doel dat ik vandaag een bezoek breng aan de lagere school van Biron-Bobo, een dorp op zo’n 30 km van Nouna langs de grote weg naar Dedougou. De lagere school bestaat uit twee gebouwen met elk drie klassen en een bergruimte. In de zes klassen wordt er les gegeven aan in totaal 213 leerlingen. Het onderwijs wordt gewaarborgd door zes onderwijzers, nl. vijf mannen en één vrouw. Van overbevolkte klassen is hier naar Burkinese normen geen sprake. Van mijn goede vriend Innocent heb ik echter vernomen dat er zich op het vlak van huisvesting van de leerkrachten wel een probleem stelt. De directeur slaapt zelfs met zijn familie in de bergruimte van één van de twee schoolgebouwen. Het zou gaan om een zeer geëngageerde onderwijzer die de twee zonen van Innocent die hier in Biron-Bobo naar school gaan, zonder meer in zijn familie heeft opgenomen. Bij zo’n onbaatzuchtig man wil ik mijn oor wel eens te luister leggen.

De lagere school van Biron


Eén van de twee schoolgebouwen

Na eerst een valse start genomen te hebben met mijn brommer, vertrekken Innocent en ik ’s morgens rond half tien met de moto van Innocent richting Biron-Bobo. De motor van mijn brommer laat het de laatste weken keer op keer afweten en men is blijkbaar niet in staat om het euvel te verhelpen. Een half uurtje later arriveren we bij de lagere school. Het gaat om een privé-school die gesubsidieerd wordt door de protestantse missie en de leerkrachten worden betaald door de ‘Association Adventiste’. De school staat echter open voor alle kinderen uit de omgeving, van welke godsdienst dan ook. De directeur weet me te vertellen dat er achter de protestantse missie oa een Italiaanse NGO van zgn. ‘rijke Italianen’ schuilgaat. De kinderen dienen geen schoolgeld te betalen, aangezien bijna elk kind door een peterschap van een familie gesteund wordt. Desalniettemin heeft de oudervereniging van de school beslist dat de ouders voor elk kind per jaar zo’n 1000 CFA (= 1,5 €) zullen betalen. De Burkinese staat voorziet alle leerlingen van de school, van eerste tot en met zesde leerjaar, van schriften, balpennen en potloden en één boek per twee leerlingen.

Alle leerlingen van Biron op de foto

We worden verwelkomd door de directeur en zijn collega-leerkrachten. Voor de gasten worden onmiddellijk de twee beste zetels naar buiten gehaald. Wanneer Innocent en ik zijn gaan zitten, krijgen we een beker water aangeboden. Tegenover het water van de broussedorpen sta ik nog altijd wantrouwig. Aan het water van de kraan in Nouna ben ik ondertussen gewoon geworden, maar het water uit de brousse durft me nog wel eens diarree bezorgen. Ik beperk me tot twee kleine slokjes. Nadat Innocent een korte inleiding heeft gegeven waarom we hier zijn, geef ik aan de directeur een beknopte uitleg over de vzw Afrant en haar activiteit hier in de regio. De directeur blijkt een zeer vriendelijk en nederig man te zijn. Ik spreek hem aan over het huisvestingsprobleem voor de leerkrachten. De directeur bevestigt het woningtekort, maar voegt eraan toe dat dit niet het meest dringende probleem is dat dient opgelost te worden. Vooraleer hier dieper op in te gaan, besluiten we eerst een kijkje te gaan nemen in elk van de zes klassen. Vooral de leraar van het eerste leerjaar lijkt me een zware taak te hebben. De kinderen spreken enkel een lokale taal en het is aan hem om hen de eerste woordjes Frans aan te leren. Het vergt dan ook enige moeite om de kinderen op de foto te krijgen.

De directeur, Innocent met de dochter van de directeur, en de echtgenote van de directeur


De leerkrachten van de lagere school


Het eerste leerjaar

Eenmaal de ronde van de school beëindigd, komen de problemen op tafel. Allereerst kampt de protestantse missie met geldproblemen. Vele sponsors van de Italiaanse NGO hebben afgehaakt waardoor de lonen van de leraars gedaald zijn. Echter ook de peterschappen van de kinderen komen in het gedrang. Bovendien mag de oudervereniging dan wel beslist hebben dat de ouders per kind 1000 CFA betalen, maar slechts voor 30 van de 213 kinderen wordt die 1000 CFA effectief betaald. Om de geldproblemen op te vangen, vraagt men dan ook aan de ouders om hun (invloedrijke) connecties aan te spreken, maar wie uit de brousse heeft er in Gods naam connecties?? Ik zeg dat het voor een katholieke organisatie als Afrant moeilijk ligt om de geldproblemen van de protestantse missie te gaan verhelpen. Bovendien komt dit ook niet echt overeen met ons actieterrein. Afrant verkiest de constructie van schoolgebouwen, woningen, waterputten, enz., aangezien dit een tastbaar, concreet resultaat oplevert, veeleer dan bijvoorbeeld het dragen van de werkingskosten van een project. Vandaar dat de volgende twee problemen wellicht meer een kolfje naar de hand van Afrant zijn.

Het tweede leerjaar

De twee schoolgebouwen hebben te kampen met lekkende daken. In het regenseizoen stroomt het water naar binnen, waardoor elke activiteit in de school onmogelijk wordt. Bovendien ontbreekt het de school aan kasten om de boeken en schriften veilig in op te bergen tegen het water en de termieten. In elke klas zou een ijzeren kast op die manier goed van pas komen. Op dit moment worden de boeken en schriften onbeschermd achteraan in de klas bewaard waardoor ze tamelijk snel verslijten.

In de klas van het derde leerjaar

Vervolgens vertelt de directeur ons een zeer triest verhaal. Sinds de zomer van 2006 is de waterpomp van de school die centraal tussen de twee gebouwen is geïnstalleerd, stuk. Tijdens de zomer van vorig jaar heerst er een grote droogte waardoor alle waterputten in de omgeving van de lagere school droog komen te staan. Mensen komen bij de school massaal water oppompen. Het gevolg van dit intensief gebruik is dat de pomp na drie weken stuk gaat. Ik vraag de directeur of er dan geen beheerscomité is opgericht om een dergelijk probleem te voorzien. De directeur zegt dat er een beheerscomité is dat effectief geld heeft ingezameld en betaald voor de herstelling van de pomp. De herstellers hebben echter hun werk niet goed gedaan. In plaats van de pomp te repareren hebben ze de buizen van de installatie in de put laten vallen en de boel aan haar lot overgelaten. Op dit moment behelpt de school zich met het water uit een put die wat verderop gelegen is. De directeur laat de kinderen echter niet graag te dichtbij komen uit schrik dat ze in de put vallen.

Het vierde leerjaar rond de kapotte waterpomp

Verder stelt zich inderdaad het huisvestingsprobleem van de leerkrachten, maar de directeur beschouwt dit niet als het meest dringende probleem dat dient opgelost te worden. De onderwijzers behelpen zich met een slaapplaats in het dorp en hijzelf slaapt met zijn familie in de bergruimte van de school. Een probleem dat hem nauwer aan het hart ligt, is dat van de kantine. De Burkinese staat voorziet de school van rijst en olie voor één maaltijd per dag per leerling voor een bedrag van 35 CFA, dit evenwel zonder groenten of saus. De maaltijd wordt effectief klaargemaakt, maar ziet er keer op keer een beetje zielig uit. En ook het personeel dat de maaltijd klaarmaakt, wordt niet betaald. Ik ken het probleem. Ook op andere scholen waaronder het Collège Charles Lwanga in Nouna, staat men weigerachtig om de kantine dit jaar terug op te starten. Wil men van deze maaltijd die zogezegd door de Burkinese staat aangeboden wordt, een behoorlijke maaltijd maken, aangevuld met groenten en saus, dan betekent dit ontegensprekelijk een verliespost voor de school. Ik zie dat het probleem de directeur werkelijk nauw aan het hart ligt, maar ik herhaal dat het voor Afrant moeilijk ligt om hier financieel bij te springen. Tenslotte had de directeur nog graag zijn schoolterrein omheind gezien. Loslopende dieren komen te pas en te onpas het schoolterrein opgelopen, waarbij dit terrein tegelijkertijd voorzien wordt van ongewenste meststoffen. Bovendien vormen de loslopende dieren een gevaar voor de kinderen.

Het vijfde leerjaar

Bij wijze van samenvatting vraag ik de directeur naar wat nu voor hem het meest dringende probleem is waarvoor een oplossing dient gevonden te worden. De directeur antwoordt dat hij zo snel mogelijk over zes boekenkasten zou willen beschikken en zijn lekkende daken gerepareerd zien. Dit antwoord siert hem wel. Daar waar hij had kunnen kiezen voor een woning voor zijn gezin, kiest hij voluit voor zijn school. Dat hij daarvoor nog wat langer in de bergruimte moet slapen, is van ondergeschikt belang. De directeur geeft mij inderdaad de indruk zeer begaan te zijn met zijn lagere school en met zijn leerlingen. Hij vertelt mij nog over zijn droom om ooit, nog voor zijn pensioen, een middelbare school op te richten met internaat, speciaal voor kinderen afkomstig uit de brousse. Hij stelt vast dat zeer weinig van zijn leerlingen op een middelbare school kunnen verder studeren, bij gebrek aan plaats op een school of bij gebrek aan opvang en een verblijfplaats voor de leerlingen in de stad van de school.

Het zesde leerjaar

Wat de lekkende daken betreft, raad ik de directeur aan een dossier op te stellen betreffende een aanvraag tot herstelling, en dit dossier bij Ocades te Nouna in te dienen. Ocades zal dit dossier dan, na onderzoek en weerhouding ervan, voorleggen aan Afrant. Wat de zes boekenkasten betreft, maak ik mij sterk zelf de middelen bijeen te krijgen voor de aankoop van deze kasten. Ik vraag aan Innocent, lasser en metaalbewerker van beroep, wat zo één kast moet kosten. Innocent antwoordt mij dat de prijs van een ijzeren kast van 200 cm x 100 cm x 50 cm zo’n 120 000 CFA (= 180 €) bedraagt. Dat wil zeggen dat ik op zoek zal moeten gaan naar zo’n dikke 1000 €. Daarvoor is nog wel wat werk aan de winkel, maar ik heb zo’n voorgevoel dat het mij gaat lukken. Ik druk de directeur dan ook op het hart dat ik een inspanning zal leveren om hem zo snel mogelijk zijn zes ijzeren kasten te bezorgen.

De school is uit.

dinsdag 13 november 2007

Week 05/11/07 – 11/11/07

Deze week heb ik ’s nachts voor de eerste keer een deken moeten gebruiken. Tot nu toe heb ik altijd zonder geslapen. De nachten worden merkbaar frisser. Dit heeft ervoor gezorgd dat het aantal muggen fel gedaald is. Overdag blijft het echter serieus warm. De temperatuur stijgt ’s middags nog makkelijk boven de 30°C. Hoewel de muggenplaag nu zowat voorbij is, zijn het nu de wind en het opvliegend stof die de mensen het leven zuur maken.

Woensdagmorgen word ik bij het begin van mijn les getroffen door een stekende pijn links onderaan in de buik. Mijn aantal lesuren zijn echter beperkt en ik wil geen twee uur verliezen aan wat buikpijn, dus ik bijt op mijn tanden en ga door met lesgeven. Aanvankelijk heb ik het serieus moeilijk, maar naarmate de les vordert, voel ik mij terug wat beter. Na de les echter keert de pijn in alle hevigheid terug. Ik slaag er nog amper in om rechtop te lopen. Ik vrees voor een ‘appendicitis’, dus ik moet in het ziekenhuis zien te geraken. Ik strompel naar het huis van mijn buurman Sidoine en vraag hem om een ambulance te laten komen, want achterop een moto zitten, is geen optie meer. Sidoine is op dat moment net informaticales aan het geven aan Salif Toé, een collega van het CFP. Salif belt onmiddellijk via via het ziekenhuis op en na tien minuten is de ambulance er. De sirene hoeft niet echt op, want buiten een handvol fietsers en bromfietsers is het verkeer in Nouna op dat moment vrij beperkt. Bovendien ligt het ziekenhuis hooguit een kilometer verderop. Salif vergezelt mij in de ambulance.

De spoeddienst van het ziekenhuis te Nouna

Aangekomen op de spoeddienst van het ziekenhuis, kronkel ik verder van de pijn en weet mijn lichaam geen houding te geven. Ik heb zowaar alle mogelijke standjes uitgeprobeerd, denk ik. De dokter van wacht onderzoekt mij en besluit al gauw dat het geen ‘appendicitis’ kan zijn, want dan zou de pijn zich rechts onderaan in de buik voordoen. Waarschijnlijk gaat het om een verteringsprobleem. Ondertussen zijn Sidoine, Honoré en Frédo, vrienden-collega’s van het CFP, mij gevolgd naar het ziekenhuis. Wel sympathieke jongens! Veel kunnen ze echter niet doen en ik ga rustig door met kermen op het bed van de spoeddienst. De verpleegster legt een infuus aan, maar steekt de naald naast de ader in plaats van erin, waardoor heel mijn hand begint op te zwellen. Ik vertel de dokter dat ik de avond voordien bonen heb gegeten en al gauw verschijnt er op het aangezicht van de omstaanders een meewarige glimlach. Bonen dienen blijkbaar met ‘potasse’ bereid te worden, zo niet dreigen ze maag en darmen op te blazen en dat kan serieuze pijn veroorzaken. Het is verbazingwekkend hoe snel het nieuws hier de ronde doet, want nog geen half uur later komen abbé Zéphyrin en abbé Bernard mij al een bezoekje brengen.

De afdeling Oftalmologie

Na zo’n kleine drie uur afgezien te hebben, begint de pijn te verminderen. Ik maak mij al klaar om mij terug aan het werk te begeven, maar niets daarvan. Ik moet tot ’s avonds in observatie blijven tot heel het infuus leeg is. Van de namiddag maak ik dan maar wat gebruik om te recupereren en bij te slapen. Geleidelijk verdwijnt de pijn volledig. ’s Avonds, rond 19u00, kan ik dan ook zonder problemen, maar met opgezwollen rechterhand, naar huis.

De afdeling Stomatologie

Het ziekenhuis van Nouna is een CMA, een ‘Centre Medical avec Antenne chirurgicale’. Dit wil zeggen dat men kleine chirurgische ingrepen kan uitvoeren, waaronder keizersnedes en wegname van de appendix. Een CMA wordt normaal bemand door twee artsen. Hier in Nouna zijn het er echter negen door de aanwezigheid van het ‘Centre de Recherche en Santé’, waar heel wat wetenschappelijk onderzoek wordt verricht. Het CMA van Nouna beschikt over drie gespecialiseerde afdelingen: 1) ogen, 2) neus, keel en oren en 3) mond en tanden. Enkel de afdeling oftalmologie wordt geleid door een arts. Het is met deze afdeling dat de Italiaanse Suzanne samenwerkt. De andere twee afdelingen worden geleid door twee verplegers die een gespecialiseerde opleiding hebben gevolgd.

Het Collège Charles Lwanga

Donderdag breng ik een bezoek aan het Collège Charles Lwanga (CCL) te Nouna. Op deze middelbare school zitten zo’n 400-tal leerlingen verdeeld over acht klassen. De leerlingen kunnen er les volgen van het eerste tot en met het vierde middelbaar. In het Burkinese algemeen secundair onderwijs kan men na het vierde middelbaar reeds een eerste diploma behalen, nl. het BEPC of ‘Brevet d’Etude du Premier Cycle’. Wil men echter zijn BAC of ‘Bacchaloréat’ behalen, het diploma dat toegang geeft tot het hoger onderwijs, dient men nog drie jaar middelbaar bij te doen. Dit kan evenwel niet op het CCL. Voor heel de provincie Kossi is het enkel het provinciaal lyceum te Nouna (en eventueel het klein seminarie, maar daar zitten slechts vijftig leerlingen) dat de tweede cyclus organiseert en waar men dus de BAC kan behalen.

De bibliotheek van het college

Het bisdom dat eigenaar is van het terrein en de gebouwen van het CCL, wil het secundair onderwijs op het college in de toekomst uitbreiden met een tweede cyclus. Hiertoe dienen nieuwe gebouwen opgetrokken te worden, en men wenst het dossier ter financiering voor te leggen aan Afrant. Vandaar dat ik reeds op verkenning trek. Het CCL wordt echter bestuurd door de orde ‘Broeders van de Christelijke Scholen’ en de directeur is op dit moment niet zo voor een uitbreiding met een tweede cyclus te vinden, aangezien het college met geldproblemen kampt. Deze geldproblemen zijn mede een gevolg van het feit dat de staat haar bijdrage tot het schoolgeld van de leerlingen laattijdig betaald.

De tuin van het college

Een leerling heeft in het Burkinees secundair onderwijs twee mogelijkheden: ofwel wordt hij door de staat aan een school toegewezen, ofwel stapt hij (of zijn ouders) zelfstandig naar een school. Het meest voordelige is dat de leerling door de staat aan een school toegewezen wordt, aangezien de staat dan een deel van het schoolgeld voor haar rekening neemt. Hiertoe heeft de staat een contract getekend met een aantal scholen, voornamelijk uit het katholiek onderwijs. De school zal x aantal plaatsen reserveren voor leerlingen die door de staat gezonden worden. Om van deze regeling te kunnen genieten, dient de leerling op zijn eindexamen van het lager onderwijs echter wel een minimum aantal punten te behalen. Het aandeel dat de staat betaalt voor een leerling die naar een school van de staat gaat (vb. provinciaal lyceum) is wel beduidend groter dan wanneer het om een privé-instelling gaat (vb. Collège Charles Lwanga).

Eén van de drie waterbassins in de tuin van het college

Het diploma van lager onderwijs ofwel het BEP (Brevet d’Etudes Primaires) geeft rechtstreeks toegang tot het secundair onderwijs. De scholen waar de staat haar uitverkoren leerlingen naartoe stuurt, organiseren echter nog een wedstrijd om de overige plaatsen (die nog overblijven naast de gereserveerde) ingevuld te krijgen. Als je dus het ongeluk hebt om niet door de staat aan een school toegewezen te worden, moet je bij sommige scholen nog een ingangsexamen doen om toegelaten te worden. Bovendien dien je de volle pot van het inschrijvingsgeld te betalen.

Soumaël, Ousmane en Kassou

Tachtig procent van de leerlingen van het CCL wordt door de staat aan de school toegewezen. Het schoolgeld bedraagt 70 000 CFA (= 105 €) en 21 000 CFA daarvan wordt door de staat betaald. Wanneer de staat haar bijdrage laattijdig betaalt, betekent dit voor het college een financiële aderlating. Bovendien staat het college (uit noodzaak) toe dat de ouders hun bijdrage tot het schoolgeld in schijven betalen. Ziehier een gedeeltelijke verklaring voor de moeilijke situatie waarin het college verkeert. Nouna en de provincie Kossi hebben zeker nood aan een bijkomende onderwijsinstelling waar leerlingen hun Bacchaloréat kunnen behalen.
De directeur van het CCL vreest echter dat het creëren van een tweede cyclus op zijn college op dit moment enkel zal leiden tot een diepere financiële put.

Bienvenue besproeit zijn tuin.

Ondanks de geldproblemen heeft het college nog een curiositeit te bieden. De school heeft een tuin die verdeeld is in zo’n 300-tal lapjes grond en waar de leerlingen van het eerste tot en met het derde middelbaar hun eigen groenten op telen. Het CCL beschikt over een diepe boring en een château d’eau waarmee dagelijks drie bassins met water gevuld worden. Elke schooldag na de lessen om 17u00 kan je de leerlingen hun lapje grond zien bewerken en besproeien. De verzorging van de tuintjes is geïntegreerd in het puntensysteem. Tijdens mijn bezoek aan de tuin kom ik Kassou, Soumaël en Ousmane tegen, drie jongens die in de Foyer van abbé Zéphyrin verblijven en waaraan ik elke week bijles wiskunde geef. Tevens neem ik een aantal foto’s van Bienvenue die zeer toegewijd ajuinen in zijn tuin aan het planten is.

Toegewijd plant Bienvenue zijn ajuinen

Vrijdagvoormiddag brengen Innocent en ik een bezoek aan de lagere school van Biron (zie apart verslag). Hierna wil Innocent nog naar Dedougou verder rijden om zijn moto bij een mecanicien te laten nakijken en repareren. Zo gezegd, zo gedaan en nadat we ons bezoek aan Biron afgerond hebben, scheren we weg richting Dedougou. We zijn echter nog geen twee kilometer op de grote weg aan het rijden of we hebben niet één, maar twee lekke banden tegelijkertijd. Het lijkt wel alsof de duivel ermee gemoeid is. Gelukkig komt er een brave ziel Isa voorbij die bereid is om mij op zijn brommertje een lift naar Dedougou te geven.

Isa en Innocent bekijken de twee lekke banden

Na van de verbazing bekomen te zijn, snorren Isa en ik weg, terwijl we Innocent bij de moto achterlaten. Gelukkig krijgt ook Innocent niet veel later een lift van een vrachtwagen en arriveert hij korte tijd na mij in Dedougou. Bij de mecanicien wordt de moto bliksemsnel tot op het bot uiteen gevezen. In de namiddag zet ik in een internetcafé nog een aantal foto’s op de blog, maar de verbinding is zowaar nog langzamer dan die van Ocades in Nouna. Gelukkig is de moto tegen 18u00 klaar. We kopen nog een aantal stokbroden om op onze terugweg bij de lagere school van Biron af te geven. Om 18u30 is het zo goed als donker en beginnen we aan onze terugrit. Eenmaal de duisternis ingetreden daalt de temperatuur snel. Wat een zalige frisse lucht…

Bij de mecanicien in Dedougou wordt de moto in geen tijd gedemonteerd.

dinsdag 6 november 2007

Week 29/10/07 – 04/11/07


De klas M2/E1 van 82 leerlingen: met drie op een bank van twee

Maandag, de eerste overhoring in beide klassen. Gezien het licht desastreus resultaat van de herhalingstest vraag ik enkel basisoefeningen die allemaal in de klas gezien zijn. Makkelijker kan echt niet, deze oefeningen zouden de leerlingen echt moeten beheersen. Tijdens de verbetering van de overhoring wordt mijn gemoedstoestand danig op de proef gesteld. Een kleine minderheid haalt een uitstekend resultaat, maar minstens de helft bakt er wederom weinig van. In de klas M2/E1, de klas van 82 leerlingen, is exact de helft geslaagd. In de andere klas, de jongens en meisjes van M1, is iets meer dan de helft geslaagd. Moet ik hier nu blij mee zijn?

130 leerlingen is gelijk aan 130 te verbeteren overhoringen



Afgelopen week ben ik weer wat wijzer geworden wat betreft het Burkinese onderwijssysteem. Zo gaf Simon, buurman en sinds meer dan twintig jaar leerkracht op het CFP, mij nog een bijkomende verklaring voor het zwakke niveau wiskunde bij een groot aantal van mijn leerlingen. Door het grote aantal leerlingen per klas kan de school zich niet veroorloven dat te veel jongens en meisjes hun jaar overdoen. Immers, elk jaar komt er een hele lading nieuwe leerlingen in het eerste jaar bij. Op die manier heeft men vorig jaar heel wat jongens en meisjes vanuit M1 naar M2 laten overgaan die eigenlijk niet geslaagd waren en hadden moeten blijven zitten. In M1 moest er immers plaats gemaakt worden voor de leerlingen uit het gemeenschappelijke eerste basisjaar. In de hogere jaren moeten de leerkrachten dan maar proberen de brokken te lijmen, wat een hopeloze zaak is. Maar wat wil je, ‘c’est l’Afrique, il faut vivre avec…’(aldus Simon).

De Italiaanse Suzanne


Verder stelde ook Suzanne, een Italiaanse ontwikkelingshelpster, mijn beeld van het basisonderwijs in de dorpen van de provincie Kossi bij. Suzanne werkt voor het Italiaanse Pentalux, een organisatie opgericht door gepensioneerde opticiens, die in de dorpen de ogen van de kinderen controleert. Naast het project hier in Nouna heeft Pentalux ook nog een project lopen in de vluchtelingenkampen van West-Sahara waar de rebellenbeweging Polisario actief is. Suzanne werkt in het ziekenhuis van Nouna samen met de afdeling ‘oftalmologie’. Ze regelt de afspraken voor de bezoeken aan de scholen en gaat mee naar de dorpen om te kijken of alles vlot verloopt. Suzanne heeft onder andere vastgesteld dat kinderen die in het laatste jaar basisonderwijs zitten, er niet altijd in slagen om de letters bij de oogtest te lezen en dit, niet omdat er iets met hun ogen aan de hand is, maar wel omdat ze nog altijd de letters van het alfabet niet kennen. Maar kennis of geen kennis, de kinderen zullen hun diploma van lager onderwijs behalen, aangezien de onderwijsstatistieken op peil moeten blijven (en liefst de hoogte ingaan) om de subsidies van de internationale instellingen, waaronder IMF en Wereldbank, te verkrijgen. Het diploma van lager onderwijs is echter geen garantie dat de leerlingen bepaalde essentiële zaken van taal en rekenen onder de knie hebben. Nog een aangenaam detail: Suzanne woont in Berlijn en ze houdt zowaar van schaken…


Een pint pakken met abbé Abel, Fredo, Auréliens, Benjamin en abbé Pierre

Donderdag 1 november. Allerheiligen heb ik gevierd bij Fredo, collega en buurman. Hij heeft mij uitgenodigd om ’s middags te komen eten. Rijst met soembala-saus, zeker niet slecht. Daarna nog een pint gaan pakken met de abbés Pierre Sanou en Abel Traore.


De theatergroep van de Aumônerie: een leuke bende!


Om 15u00 is er een eerste bijeenkomst van de theatergroep in de Aumônerie. Dit jaar wordt het stuk ‘Le fruit est dans le ver’ opgevoerd. Abbé Pierre komt langs om de rollen te verdelen en er worden nog een aantal spelletjes gespeeld. Wat een leuke bende!


De theatergroep van de Aumônerie: Laurentin en abbé Pierre


De varkensstal van Jean

Vrijdag bezoek ik de varkensstal van Jean-Chrisostôme, mijn leraar Djoela. De bouw van de varkensstal is nog niet zo lang geleden door Afrant gefinancierd. Aanvankelijk heeft Jean moeite gehad om de varkensstal draaiende te krijgen, omdat hij vergeten was bij het bestek van de varkensstal ook de kosten voor het opstarten ervan te rekenen. Hier heeft Jean nu echter een mouw aangepast door in het droogseizoen een café te beginnen waar dolo wordt geserveerd en in een later stadium ook het vlees uit de varkensstal. Met het geld afkomstig van het café worden de werkingskosten van de varkensstal betaald, waaronder het eten van de dieren, het onderhoud van de stallen, medische kosten, ed. Jean maakt per varken ongeveer 50% winst, maar het bedrag dat hij er zelf aan overhoudt, is, gezien de geleverde inspanningen, echt belachelijk weinig, nl. zo’n 3,75 €.


Openingsweekend van de JEC: de voorzitter en de eregasten

‘s Avonds is het de opening van het kamp van de JEC, la Jeunesse Etudiante Catholique, in het vormingscentrum Badenya. Aangezien ik mij hier al goed geïntegreerd heb, ben ik ook uitgenodigd. De JEC is een jeugdbeweging vergelijkbaar met de KSA van bij ons, maar het geloofsaspect is wel veel sterker aanwezig. Het is het openingsweekend van het nieuwe werkingsjaar en tegelijk een vormingsweekend voor leiding afkomstig uit het hele bisdom.

Openingsweekend van de JEC: de leiding



Zaterdagavond ga ik uit eten met Maurice, Brigitte en Suzanne. Maurice en Brigitte zijn een Zwitsers koppel die via de universiteit van Heidelberg hier in het ziekenhuis van Nouna werken. Maurice is kinderarts en Brigitte verpleegster. Ik vraag Maurice naar de ziektes waar hij het meest mee geconfronteerd wordt. Op dit moment hebben bijna alle kinderen malaria, maar Maurice stelt ook vele gevallen van ondervoeding vast. Wat hem het meest frustreert, is dat hij niet over de voedzame melk kan beschikken die hij in dergelijke gevallen zou moeten voorschrijven. Het is geen gebrek aan kennis, want in Ouagadougou hebben ze de melk, maar in Nouna is ze gewoonweg niet beschikbaar.